web analytics
Petruskerk Bergen

Sint Petruskerk Bergen

De kerk uit 1932 werd aan het einde van de oorlog eveneens zwaar beschadigd. Architect Van Beek en aannemer Van Hezewijk kwamen in juli 1945 onafhankelijk van elkaar tot het oordeel dat de kerk tot op het fundament gesloopt diende te worden. Als noodkerk werd eerst de kapel te Aijen benut, daarna werd de zaal in ‘Kamphuis-Schelbergen’ hiervoor benut. In januari 1948 kwam de zaak in een stroomversnelling. De plannen van Van Beek werden op 5 januari in principe goedgekeurd en hij kreeg de opdracht de plannen op schaal 1: 100 uit te werken. De nieuwe kerk werd weliswaar geen kopie van de oude, maar leek er qua stijl wel veel op. De eerste steenlegging vond plaats in april 1949. In 1950 werd de kerk in gebruik genomen, maar de toren was nog niet af. Dit is nog steeds te zien aan het feit, dat de toren vanaf circa 13 meter hoogte in een lichtere kleur baksteen is gebouwd. Naar verluidt, heeft de toren een plat dak gehad met daarop een klokkenstoel. Architect Van Beek leverde in december 1954 plannen in voor de nieuwe toren. In 1955 werd de toren voltooid, zonder de ui, die op het ontwerp van 1948 nog te zien was.

De kerk staat onder een geknikt zadeldak, gedekt met rode verbeterde hollandse dakpannen. Het metselwerk is uitgevoerd in rode baksteen in noords (ketting)verband, platvol gevoegd. Aan de ingangszijde staat links een ongelede toren met een met leien beklede naaldspits. Bovenin zijn twee galmgaten met spitsbogen, daarboven een waterlijst in natuursteen en daarboven staat een naaldspits met een opengewerkte wijzerplaat. Op circa 13 meter hoogte is een lichtere kleur steen gebruikt. De voorgevel bestaat uit een tuitgevel met vlechtwerk. Het zadeldak is ter hoogte van de zijbeuk geknikt. Centraal wordt de gevel geopend door een roosvenster met vier aanzetstukken van natuursteen. In het midden onder aan een open portaal met een spitsboog, daarachter centraal twee deuren als hoofdingang. Dwars op de hoofdingang bevinden zich aan de zijkanten kleinere deuren als zij-ingangen. De zijbeuken zijn voorzien van gelede steunberen, waartussen een spitsboogvenster met bakstenen vorktracering. Bovenaan ligt een geprofileerde fries en een bakgoot. Tussen twee steunberen staat een uitbouw (van de biechtstoel) onder een lezenaarsdak met een bakgoot. Het transept heeft eveneens een tuitgevel met vlechtwerk. De dakpannen liggen op de rollaag. In de wand staan twee spitsboogvensters. De zijwanden zijn blind, aan de achterzijde staat in de oksel aan de rechterkant van de kerk de sacristie, aan de linkerzijde de kinderkapel. De sacristie heeft een schilddak, gedekt met leien. Langs het dak loopt een bakgoot. Licht wordt toegelaten door wee spitsboogvensters aan de rechterzijde van de kerk, en vijf aan de achterzijde. Aan de rechterzijde bevindt zich tevens een trap, die leidt naar een deur met segmentboog. De kinderkapel heeft een schilddak met bakgoot. Aan de achterzijde van de kerk zijn tweemaal vier spitsboogvensters aangebracht, aan de linkerzijde van de kerk vier vensters. Hieronder bevinden zich twee rechthoekige vensters met houten luiken. Het ingangsportaal aan de voorzijde van de kerk staat onder een lezenaarsdak en heeft een trap aan de voorzijde, die leidt naar een rechte deur. Het polygonaal afgesloten koor heeft alternerend een steunbeer en een spitsboogvenster. De koperen dakruiter staat op de viering en bestaat uit een zeshoekige geleding, waarop een opengewerkte zeshoekige lantaarn staat, gedekt met een zeshoekige ingesnoerde naaldspits, gekroond met een bol en een kruis.